top of page
Hans-7f25afa6-640w.jpg.webp

Hans Koldenhof

Hans Koldenhof is een specialist in interieur, meubels en inrichting voor de zorg.

apple.png
linkedin-logo-2.png
telephone-symbol-button.png
‘Dementie is een onmiskenbaar probleem, maar interieur kan bewezen het welzijn van de bewoner verbeteren én heeft economische voordelen voor de zorgorganisatie.'

Het interieur van een zorgorganisatie kan niet alleen bijdragen aan het verbeteren van zorg voor de bewoner, maar heeft ook voordeel voor de organisatie. De zorgorganisatie wordt steeds meer geconfronteerd met oplopende zorgkosten, het Ministerie van Volksgezondheid bestempelt dementie als de duurste ziekte van Nederland. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen en is daarmee een onmiskenbaar probleem. 

Het probleem is vooral het begrip ‘agitatie’ aangezien in ruim 80% van de gevallen hier sprake van is. Omdat de omgeving niet begrepen wordt, zijn bewoners gespannen en hebben ze geen gemoedsrust . Uit diverse studies blijkt dat dit gedrag bij ruim 80% van alle verpleeghuisbewoners voor komt, én dat verzorgenden in de praktijk vele uren besteden aan de gevolgen van deze agitatie. Er zijn er studies die aangeven dat het creëren van de juiste omgevingsfactoren wel degelijk invloed heeft op het gedrag van deze bewoners, zoals bijvoorbeeld wordt aangetoond in het onderzoek van Cohen-Mansfield en Werner.*

 

Onderscheidende kennis over dementievriendelijk inrichten wordt er verworven aan Stirling University in Schotland. De opleiding ‘dementie en ontwerp’ biedt inzichten in het optimaliseren van een omgeving door middel van inrichting. Hiermee zijn we in staat een inrichtingsadvies uit te brengen waarbij het welzijn van de bewoners significant zal toenemen en de kosten voor de zorgorganisatie enorm zullen worden ingedamd. Dit alles wordt ingezet om onze missie te laten slagen.

 

*Cohen-Mansfield, J., & Werner, P. (1998). The effects of an enhanced environment on nursing home residents who pace. The Gerontologist, 38(2), 199-208.

'Laten we een inrichting maken waar de bewoner beter van wordt!'

Inzichten uit onderzoek en wetenschap wordt toegevoegd aan de relatie tussen de zorgorganisatie en W2Moments. Dit alles met het doel om de bewoner van de zorginstelling vooruit te helpen. Hier zorgen alle drie de pijlers van expertise voor: bestaand, wetenschappelijk onderzoek, de zorgorganisatie en de marktkennis van Hans Koldenhof. Dit alles wordt samengevat in het Bewezen Beter Beleven-concept welk voorziet in het gebruik van bestaand onderzoek in de inrichtingsconcepten.

 

Concreet betekent dit het toepassen van bestaand onderzoek in alles wat er bij een goede inrichting komt kijken. Dit is nodig aangezien er in toenemende mate sprake is van een intensievere zorgvraag, vooral wanneer het dementie betreft.

Door middel van onderzoek willen we een inrichting leveren met meubels die qua kleur, vorm en plaatsing in de ruimte de bewoner helpen om zich te oriënteren in de ruimte en herkenbaarheid en veiligheid bieden. Dit is van belang om het gedrag van bewoners positief te beïnvloeden.

 

Het gaat verder dan hospitality, het veel gehoorde woord in de zorgmarkt. Een stap verder gaan, dat is het doel. Gastvrijheid impliceert namelijk dat de bewoner een gast is. Het is namelijk geen gast, het is de bewoner! Het is daarom de missie van W2Moments om een interieur neer te zetten waarvan bewezen is dat de bewoner zich er prettiger bij voelt.

 

ONDERZOEK

De overtuiging om interieur te gebruiken om gedrag te beïnvloeden wordt versterkt door onderzoek van Cohen-Mansfield en Werner*. In deze studie werd gedragsverbetering vastgesteld in verpleeghuizen met (naar verschillende maatstaven) aangepaste ruimtes. In deze aangepaste ruimtes werd meer tijd doorgebracht door bewoners, dit werd geïnterpreteerd als voorkeur voor deze ruimte(s). Verder werd er een afname van ongewenst, geagiteerd gedrag en een verhoogd plezier in het verblijf in deze ruimte(s) vastgesteld.

 

*Cohen-Mansfield, J., & Werner, P. (1998). The effects of an enhanced environment on nursing home residents who pace. The Gerontologist, 38(2), 199-208.

bottom of page